rugzak
zelfstandig naamwoord ˈrʏxsɑkBetekenis
- een tas die op de rug gedragen wordt met behulp van draagriemen
Hoe spreek je rugzak uit?
/ˈrʏxsɑk/
Rugzak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ʏ | put |
| x | acht |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rugzakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rugzakjes | verkleinwoord, meervoud |
| rugzakken | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘op de rug gedragen zak’ voor het eerst aangetroffen in 1924
Woordfamilie van rugzak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rugzakjes | verkleinwoord meervoud | rugzak |
| rugzakken | meervoud | rugzak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rugzak zijn vastgelegd.