roze
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈrɔːzəBetekenis
- tertiaire kleur bestaand uit een combinatie van wit en rood, met soms ook blauwe tinten; een heel bleek of licht rood
- hebbend
Hoe spreek je roze uit?
/ˈrɔzə/
Roze bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| z | zon |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als rose.
zelfstandig naamwoord — neuter
- heel bleek of licht rood, kleur bestaand uit een combinatie van wit en rood, met soms ook blauwe tinten
bijvoeglijk naamwoord
- met een heel bleke of lichte rode kleur, met soms ook blauwe tinten
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rose |
Herkomst
van Frans rose, in de betekenis van ‘kleurnaam’ voor het eerst aangetroffen in 1485; cognaat met roos zn (bloem)
Woordfamilie van roze
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rose | neuter | roze |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roze zijn vastgelegd.