router
zelfstandig naamwoordBetekenis
- apparaat dat dient om computernetwerken met elkaar te verbinden
zelfstandig naamwoord — masculine
- apparaat dat dient om verschillende computernetwerken met elkaar te verbinden, opererend op laag 3 van het OSI-model
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| routers | meervoud |
| routertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| routertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels
Woordfamilie van router
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| routers | meervoud | router |
| routertje | verkleinwoord | router |
| routertjes | verkleinwoord meervoud | router |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van router zijn vastgelegd.