roti
zelfstandig naamwoord ˈrɔtiBetekenis
- Surinaams (Hindoestaans) gerecht van ongerezen brood met kousenband, aardappelen, hardgekookte eieren, groenten en vlees en vooral gekruid met o.a. masala
- zangvogel met een oranjebruine borst
- brood
Hoe spreek je roti uit?
/ˈrɔti/
Roti bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort vogel met een oranjebruine borst, Sporophila minuta
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| roti's | meervoud |
| rotietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rotietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Hindi, in de betekenis van ‘brood’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van roti
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| roti's | meervoud | roti |
| rotietje | verkleinwoord | roti |
| rotietjes | verkleinwoord meervoud | roti |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roti zijn vastgelegd.