rosbief
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (mooi rosé) geroosterd of gebraden rundvlees. Het kunnen stukken uit de dikke lende zijn, delen van de bovenbil, maar ze kunnen ook uit de schouder zijn gesneden
zelfstandig naamwoord — masculine
- geroosterd of gebraden rundvlees. Het kunnen stukken uit de dikke lende zijn, delen van de bovenbil, maar ze kunnen ook uit de schouder zijn gesneden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rosbiefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rosbiefjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘geroosterd rundvlees’ voor het eerst aangetroffen in 1692
Woordfamilie van rosbief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rosbiefje | verkleinwoord | rosbief |
| rosbiefjes | verkleinwoord meervoud | rosbief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rosbief zijn vastgelegd.