roodhuid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- indiaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| roodhuiden | meervoud |
| roodhuidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| roodhuidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘indiaan’ voor het eerst aangetroffen in 1884
Woordfamilie van roodhuid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| roodhuiden | meervoud | roodhuid |
| roodhuidje | verkleinwoord | roodhuid |
| roodhuidjes | verkleinwoord meervoud | roodhuid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roodhuid zijn vastgelegd.