roodborsttapuit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kleine lijster met zwarte kop en rode borst, die in heidevelden en graslanden broedt
zelfstandig naamwoord — masculine
- Saxicola rubicola kleine lijster met zwarte kop en rode borst, die in heidevelden en graslanden broedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| roodborsttapuiten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van roodborst en tapuit
Woordfamilie van roodborsttapuit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| roodborsttapuiten | meervoud | roodborsttapuit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roodborsttapuit zijn vastgelegd.