roeiboot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een boot die voortbewogen wordt door middel van roeiriemen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| roeibootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| roeibootjes | verkleinwoord, meervoud |
| roeiboten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘boot die door riemen wordt voortbewogen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1642
Woordfamilie van roeiboot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| roeibootje | verkleinwoord | roeiboot |
| roeibootjes | verkleinwoord meervoud | roeiboot |
| roeiboten | meervoud | roeiboot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roeiboot zijn vastgelegd.