riksja
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Aziatisch twee- of driewielig karretje voor personen vervoer
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| riksja's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘door man getrokken karretje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Woordfamilie van riksja
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| riksja's | meervoud | riksja |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van riksja zijn vastgelegd.