rijwoning
zelfstandig naamwoord ˈrɛiwonɪŋBetekenis
- huis uit een reeks tegen elkaar staande huizen
Hoe spreek je rijwoning uit?
/ˈrɛiwonɪŋ/
Rijwoning bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛi | trein |
| w | quiz |
| o | boot |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijwoningen | meervoud |
| rijwoninkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rijwoninkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van rij zn en woning zn
Woordfamilie van rijwoning
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijwoningen | meervoud | rijwoning |
| rijwoninkje | verkleinwoord | rijwoning |
| rijwoninkjes | verkleinwoord meervoud | rijwoning |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijwoning zijn vastgelegd.