rijwiel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- fiets
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijwielen | meervoud |
| rijwieltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rijwieltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘fiets’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1869
Woordfamilie van rijwiel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijwielen | meervoud | rijwiel |
| rijwieltje | verkleinwoord | rijwiel |
| rijwieltjes | verkleinwoord meervoud | rijwiel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijwiel zijn vastgelegd.