rijlaars
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hoog schoeisel dat een ruiter draagt tijdens het paardrijden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijlaarsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rijlaarsjes | verkleinwoord, meervoud |
| rijlaarzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van rijden ww en laars zn
Woordfamilie van rijlaars
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijlaarsje | verkleinwoord | rijlaars |
| rijlaarsjes | verkleinwoord meervoud | rijlaars |
| rijlaarzen | meervoud | rijlaars |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijlaars zijn vastgelegd.