richtsnoer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- touw om bij het metselen enz. in een rechte lijn te blijven
- voorschrift waarnaar men zich richt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| richtsnoeren | meervoud |
| richtsnoertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| richtsnoertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van richt ww en snoer
Woordfamilie van richtsnoer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| richtsnoeren | meervoud | richtsnoer |
| richtsnoertje | verkleinwoord | richtsnoer |
| richtsnoertjes | verkleinwoord meervoud | richtsnoer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van richtsnoer zijn vastgelegd.