revolver
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een handvuurwapen met een roterende trommel met kogels
- omkeren, roeren, omroeren
- omdraaien (van het hoofd), afwenden (van blik)
- overhoop halen
- doorzoeken
- in opstand brengen
- revolverkop; een draaiende kop waarin objectieven, filters e.d. kunnen worden geplaatst om snel van optisch element te wisselen
- revolverkopdraaibank; een draaibank met een revolverkop
- kolt
- revolverový soustruh
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| revolvers | meervoud |
| revolvertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| revolvertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vuistvuurwapen met draaiende kamer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1855
Woordfamilie van revolver
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| revolvers | meervoud | revolver |
| revolvertje | verkleinwoord | revolver |
| revolvertjes | verkleinwoord meervoud | revolver |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van revolver zijn vastgelegd.