revier
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- terrein waarop gejaagd of dat doorzocht wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| revieren | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van revieren
- gebiedende wijs van revieren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van revieren
Vervoeging van revier
revierhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘terrein, jachtgebied’ voor het eerst aangetroffen in 1734