Naar de inhoud

revancheren

zich ~ een eerdere nederlaag tenietdoen

revancheren

werkwoord

Betekenis

  1. zich ~ een eerdere nederlaag tenietdoen

Vervoeging van revancheren

revancherenhele werkwoord — gerevancheerdvoltooid deelwoord

Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
gerevancheerd verleden tijd, deelwoord
revancheer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
revancheer u/je , revancheert je gebiedende wijs
revancheerde verleden tijd
revancheerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
revancheerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
revancheerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
revancheerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
revancheerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
revancheerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
revancheerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
revancheerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
revancheerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
revancheerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
revancheert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
revancheert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
revancheert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
revancheert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
revancheert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
revancheert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
revanchere zich aanvoegende wijs
revancheren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
revancheren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
revancheren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
zal me revancheren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich revancheren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je revancheren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gerevancheerd hebben verleden tijd
zich revancherend onvoltooid, deelwoord
zullen je revancheren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons revancheren eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen zich revancheren derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult u revancheren tweede persoon
zult u revancheren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u revancheren tweede persoon
zult zich/u revancheren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Herkomst

afgeleid van het Franse revancher (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van revancheren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerevancheerd voltooid deelwoord revancheren
revancheer woordvorm revancheren
revancheerde verleden tijd revancheren
revancheerden woordvorm revancheren
revancheert woordvorm revancheren
revanchere woordvorm revancheren
revancherend woordvorm revancheren
revancherende woordvorm revancheren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van revancheren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over revancheren

Wat betekent revancheren?
Revancheren is een werkwoord. Het woord betekent: zich ~ een eerdere nederlaag tenietdoen.
Hoe vervoeg je revancheren?
Je vervoegt revancheren als volgt: het voltooid deelwoord is gerevancheerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord revancheren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. V 4
  4. A 1
  5. N 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

revancheren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. V 4
  4. A 1
  5. N 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

revancheren in het kort

revancheren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van revancheren zijn 30 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort revancheren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

revancheren: zich ~ een eerdere nederlaag tenietdoen
Deel revancheren — standaardnederlands.nl