reutelen
werkwoordBetekenis
- rochelend ademhalen bij een verlaagd bewustzijn
- pruttelen; een geluid makend dat wijst op slecht functioneren
- zaniken en zeuren
Vervoeging van reutelen
reutelenhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘rochelend ademen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Woordfamilie van reutelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gereuteld | woordvorm | reutelen |
| reutel | woordvorm | reutelen |
| reutelde | woordvorm | reutelen |
| reutelden | woordvorm | reutelen |
| reutele | woordvorm | reutelen |
| reutelend | woordvorm | reutelen |
| reutelende | woordvorm | reutelen |
| reutelt | woordvorm | reutelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reutelen zijn vastgelegd.