reuma
zelfstandig naamwoordBetekenis
- verzamelnaam voor meer dan 100 verschillende aandoeningen aan gewrichten, spieren en pezen en andere soorten bindweefsel zoals het kraakbeen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| reumaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| reumaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘aandoening’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1514
Woordfamilie van reuma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reumaatje | verkleinwoord | reuma |
| reumaatjes | verkleinwoord meervoud | reuma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reuma zijn vastgelegd.