restaurant
zelfstandig naamwoordBetekenis
- uitgaansgelegenheid waar men tegen betaling een maaltijd en drank kan nuttigen
- versterkende voeding of ander middel
- eetgelegenheid,
- voedsel of gerecht dat iemand aansterkt
- (regionaal) een type brood van 400 gram in het zuiden van Frankrijk (dat een persoon zou aansterken)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| restaurantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| restaurantjes | verkleinwoord, meervoud |
| restaurants | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, zie aldaar voor de verdere etymologie. In de betekenis van ‘eethuis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1862
Woordfamilie van restaurant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| restaurantje | verkleinwoord | restaurant |
| restaurantjes | verkleinwoord meervoud | restaurant |
| restaurants | meervoud | restaurant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van restaurant zijn vastgelegd.