reseda
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een familie van kruidachtige planten
- grijsachtig groen
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor kruidachtige planten uit de familie Resedaceae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| reseda's | meervoud |
| resedaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| resedaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, Als ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1544
Woordfamilie van reseda
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reseda's | meervoud | reseda |
| resedaatje | verkleinwoord | reseda |
| resedaatjes | verkleinwoord meervoud | reseda |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reseda zijn vastgelegd.