relais
zelfstandig naamwoord rəˈlɛBetekenis
- toestel om met een zwakke stroom, een nieuwe, sterke stroomkring te openen of te sluiten, belangrijke component in de sterkstroomtechniek en vroeger ook in de schakeltechniek (digitale techniek)
- plaats waar men verse paarden kon krijgen
Hoe spreek je relais uit?
/rəˈlɛ/
Relais bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ə | de |
| l | land |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| relaistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| relaistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tussenstation voor elektrische stroom’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1853
Woordfamilie van relais
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| relaistje | verkleinwoord | relais |
| relaistjes | verkleinwoord meervoud | relais |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van relais zijn vastgelegd.