rekstok
zelfstandig naamwoord ˈrɛkstɔkBetekenis
- een turntoestel, bestaande uit een aan verticale palen bevestigde legger van metaal of glasfiber, komt ook voor als speeltoestel in een speeltuin
Hoe spreek je rekstok uit?
/ˈrɛkstɔk/
Rekstok bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rekstokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rekstokjes | verkleinwoord, meervoud |
| rekstokken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘stok voor gymnastische oefeningen’ voor het eerst aangetroffen in 1861
Woordfamilie van rekstok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rekstokje | verkleinwoord | rekstok |
| rekstokjes | verkleinwoord meervoud | rekstok |
| rekstokken | meervoud | rekstok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rekstok zijn vastgelegd.