reistijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Tijd die nodig is om een bestemming te bereiken.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| reistijden | meervoud |
| reistijdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| reistijdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van reis en tijd
Woordfamilie van reistijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reistijden | meervoud | reistijd |
| reistijdje | verkleinwoord | reistijd |
| reistijdjes | verkleinwoord meervoud | reistijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reistijd zijn vastgelegd.