registrator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- apparaat dat registreert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| registratoren | meervoud |
| registrators | meervoud |
| registratortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| registratortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van registreren met het achtervoegsel -ator
Woordfamilie van registrator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| registratoren | meervoud | registrator |
| registrators | meervoud | registrator |
| registratortje | verkleinwoord | registrator |
| registratortjes | verkleinwoord meervoud | registrator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van registrator zijn vastgelegd.