refter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eetzaal in een klooster of school
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| refters | meervoud |
| reftertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| reftertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘eetzaal in klooster’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Woordfamilie van refter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| refters | meervoud | refter |
| reftertje | verkleinwoord | refter |
| reftertjes | verkleinwoord meervoud | refter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van refter zijn vastgelegd.