rechtszaak
zelfstandig naamwoord /rɛx(t)sak/Betekenis
- een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpen
Hoe spreek je rechtszaak uit?
/rɛxtsak/
Rechtszaak bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| t | tak |
| s | sok |
| a | maan |
| k | kat |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rechtszaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rechtszaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| rechtszaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van recht en zaak met het invoegsel -s-
Woordfamilie van rechtszaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rechtszaakje | verkleinwoord | rechtszaak |
| rechtszaakjes | verkleinwoord meervoud | rechtszaak |
| rechtszaken | meervoud | rechtszaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechtszaak zijn vastgelegd.