rechteroog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het oog aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rechterogen | meervoud |
| rechteroogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rechteroogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van rechter bn en oog zn
Woordfamilie van rechteroog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rechterogen | meervoud | rechteroog |
| rechteroogje | verkleinwoord | rechteroog |
| rechteroogjes | verkleinwoord meervoud | rechteroog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechteroog zijn vastgelegd.