rechterenkel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de enkel aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rechterenkels | meervoud |
| rechterenkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rechterenkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van rechter bn en enkel zn
Woordfamilie van rechterenkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rechterenkels | meervoud | rechterenkel |
| rechterenkeltje | verkleinwoord | rechterenkel |
| rechterenkeltjes | verkleinwoord meervoud | rechterenkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechterenkel zijn vastgelegd.