rechaud
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een voorwerp om schotels met spijzen warm te houden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rechaudje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rechaudjes | verkleinwoord, meervoud |
| rechauds | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schotelwarmer’ voor het eerst aangetroffen in 1832
Woordfamilie van rechaud
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rechaudje | verkleinwoord | rechaud |
| rechaudjes | verkleinwoord meervoud | rechaud |
| rechauds | meervoud | rechaud |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechaud zijn vastgelegd.