receptionist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een persoon werkzaam in een receptie
- (vrouwelijke vorm) receptioniste.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| receptionisten | meervoud |
| receptionistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| receptionistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘iem. belast met de ontvangst van bezoekers’ voor het eerst aangetroffen in 1956
Woordfamilie van receptionist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| receptionisten | meervoud | receptionist |
| receptionistje | verkleinwoord | receptionist |
| receptionistjes | verkleinwoord meervoud | receptionist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van receptionist zijn vastgelegd.