recept
zelfstandig naamwoord rəˈsɛptBetekenis
- een doktersvoorschrift voor (de bereiding van) een geneesmiddel
- een voorschrift voor de bereiding van een gerecht
- handleiding
- Rp.
- předpis
- návod
- instrukce
Hoe spreek je recept uit?
/rəˈsɛpt/
Recept bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ə | de |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| p | pak |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- voorschrift voor de bereiding van een gerecht
- doktersvoorschrift voor (de bereiding van) een geneesmiddel
- bepaalde combinatie van factoren en omstandigheden die een bepaald gevolg zullen veroorzaken figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| recepten | meervoud |
| receptje | verkleinwoord, enkelvoud |
| receptjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands recepte van middeleeuws Latijn recepta "dingen die genomen zijn, ingrediënten", vaak gebruikt als begin van een recept; in de betekenis van ‘(bereidings)voorschrift van geneesmiddel of gerecht’ voor het eerst aangetroffen in 1451
Woordfamilie van recept
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| recepten | meervoud | recept |
| receptje | verkleinwoord | recept |
| receptjes | verkleinwoord meervoud | recept |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van recept zijn vastgelegd.