realiteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- werkelijkheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (realiteitje) | verkleinwoord, enkelvoud |
| (realiteitjes) | verkleinwoord, meervoud |
| realiteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘iets dat werkelijk waar is’ voor het eerst aangetroffen in 1698
Woordfamilie van realiteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| realiteiten | meervoud | realiteit |
| realiteitje | woordvorm | realiteit |
| realiteitjes | meervoud | realiteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van realiteit zijn vastgelegd.