reactor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- installatie bedoeld om er een fysische, chemische of nucleaire reactie in te doen plaatsvinden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| reactoren | meervoud |
| reactors | meervoud |
| reactortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| reactortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘toestel waarin chemische, fysische of nucleaire reactie plaatsheeft’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Woordfamilie van reactor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reactoren | meervoud | reactor |
| reactors | meervoud | reactor |
| reactortje | verkleinwoord | reactor |
| reactortjes | verkleinwoord meervoud | reactor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reactor zijn vastgelegd.