rage
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- iets dat op zeker ogenblik sterk in de mode is
- woede
- razen
- woeden
- hondsdolheid, rabiës
- woede, razernij
- hartstocht, sterk verlangen, bevlieging
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rages | meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van ragen
Vervoeging van rage
ragehele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bevlieging’ voor het eerst aangetroffen in 1844
Woordfamilie van rage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rages | meervoud | rage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rage zijn vastgelegd.