radiator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een toestel dat door straling warmte afgeeft, ofwel ter verwarming van een ruimte, ofwel ter koeling van bijvoorbeeld een motor
- radiator (verwarmingselement)
- koeling (van een auto)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| radiatoren | meervoud |
| radiators | meervoud |
| radiatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| radiatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘verwarmingslichaam’ voor het eerst aangetroffen in 1908
Woordfamilie van radiator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| radiatoren | meervoud | radiator |
| radiators | meervoud | radiator |
| radiatortje | verkleinwoord | radiator |
| radiatortjes | verkleinwoord meervoud | radiator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van radiator zijn vastgelegd.