puntboog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- spits toelopende boog bestaande uit twee cirkelbogen die elkaar in den top snijden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| puntbogen | meervoud |
| puntboogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| puntboogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van punt en boog
Woordfamilie van puntboog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| puntbogen | meervoud | puntboog |
| puntboogje | verkleinwoord | puntboog |
| puntboogjes | verkleinwoord meervoud | puntboog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van puntboog zijn vastgelegd.