pulseren
werkwoordBetekenis
- ritmisch sterker en zwakker worden
Vervoeging van pulseren
pulserenhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kloppen’ voor het eerst aangetroffen in 1901
Woordfamilie van pulseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepulseerd | woordvorm | pulseren |
| pulseer | woordvorm | pulseren |
| pulseerde | woordvorm | pulseren |
| pulseerden | woordvorm | pulseren |
| pulseert | woordvorm | pulseren |
| pulsere | woordvorm | pulseren |
| pulserend | woordvorm | pulseren |
| pulserende | woordvorm | pulseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pulseren zijn vastgelegd.