pui
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voorgevel, met name van de begane grond van een huis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| puien | meervoud |
| puitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| puitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onderste deel van gevel’ voor het eerst aangetroffen in 1787
Woordfamilie van pui
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| puien | meervoud | pui |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pui zijn vastgelegd.