pudding
zelfstandig naamwoord ˈpʏdɪŋBetekenis
- nagerecht, vaak zoet, koud en op basis van melk
Hoe spreek je pudding uit?
/ˈpʏdɪŋ/
Pudding bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ʏ | put |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- zoet nagerecht uit melk en smaakgevende bestanddelen die gemengd met meel of iets vergelijkbaars om het te binden wordt gekookt en daarna in een vorm stolt, meestal koud geserveerd
- gerecht bereid uit meel of fijngemaakt brood, niervet en specerijen, aangevuld met gemalen vleesresten in de vorm van een soort worst of aangevuld met melk en eieren tot een beslag dat geperst in een doek of zak wordt gekookt historical
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| puddingen | meervoud |
| puddinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| puddinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Engels pudding **[1] geschreven als "podding" in de betekenis van ‘dessert van stijf geworden vla’ aangetroffen vanaf 1842 **[2] in de betekenis van ‘gerecht bereid uit meel of fijngemaakt brood, niervet en specerijen’ geschreven als "poddingh" aangetroffen vanaf 1668 en geschreven als "pudding" vanaf 1683 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van pudding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| puddingen | meervoud | pudding |
| puddinkje | verkleinwoord | pudding |
| puddinkjes | verkleinwoord meervoud | pudding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pudding zijn vastgelegd.