psychopaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis die antisociaal gedrag veroorzaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| psychopaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| psychopaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| psychopaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met afwijkend gedrag’ voor het eerst aangetroffen in 1910
Woordfamilie van psychopaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| psychopaatje | verkleinwoord | psychopaat |
| psychopaatjes | verkleinwoord meervoud | psychopaat |
| psychopaten | meervoud | psychopaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van psychopaat zijn vastgelegd.