psychiater
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een arts die zich gespecialiseerd heeft in de psychiatrie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| psychiaters | meervoud |
| psychiatertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| psychiatertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zenuwarts’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van psychiater
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| psychiaters | meervoud | psychiater |
| psychiatertje | verkleinwoord | psychiater |
| psychiatertjes | verkleinwoord meervoud | psychiater |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van psychiater zijn vastgelegd.