psalm
zelfstandig naamwoord /psɑlm/Betekenis
- één van honderdvijftig gezangen uit de Tenach en het Oude Testament
Hoe spreek je psalm uit?
/psɑlm/
Psalm bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| l | land |
| m | maan |
zelfstandig naamwoord — masculine
- elk van honderdvijftig gezangen uit de Tenach en het Oude Testament
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| psalmen | meervoud |
| psalmpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| psalmpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘godsdienstig lied’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van psalm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| psalmen | meervoud | psalm |
| psalmpje | verkleinwoord | psalm |
| psalmpjes | verkleinwoord meervoud | psalm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van psalm zijn vastgelegd.