proza
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gewoon, alledaags
- gewone verhalende tekst zonder rijm of vormvastheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| prozaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| prozaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘ongebonden stijl’ voor het eerst aangetroffen in 1617
Woordfamilie van proza
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| prozaatje | verkleinwoord | proza |
| prozaatjes | verkleinwoord meervoud | proza |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van proza zijn vastgelegd.