provisie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beloning die een adviseur of tussenpersoon ontvangt na de verkoop van een product
- voedselvoorraad, proviand
- geld gereserveerd voor een toekomstige gebeurtenis
zelfstandig naamwoord
- verbruiksgoederen aan boord van bijv. een schip of vliegtuig, meestal in het internationale verkeer
- tijdelijke maatregel
- voorschot dat een cliënt betaalt aan een advocaat of deurwaarder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| provisies | meervoud |
| provisietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| provisietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘mondvoorraad’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1500
Woordfamilie van provisie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| provisies | meervoud | provisie |
| provisietje | verkleinwoord | provisie |
| provisietjes | verkleinwoord meervoud | provisie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van provisie zijn vastgelegd.