procurator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- provinciale administrateur van de oude Romeinse keizers
- administrateur van een klooster
- vertegenwoordiger van een kerkprovincie bij zaken met de Romeinse congregaties
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| procuratoren | meervoud |
| procurators | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘beheerder’ voor het eerst aangetroffen in 1392
Woordfamilie van procurator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| procuratoren | meervoud | procurator |
| procurators | meervoud | procurator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van procurator zijn vastgelegd.