privéauto
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een wagen voor persoonlijk gebruik; een wagen die iemands persoonlijk bezit is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| privéauto's | meervoud |
| privéautootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| privéautootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van privé bn en auto zn
Woordfamilie van privéauto
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| privéauto's | meervoud | privéauto |
| privéautootje | verkleinwoord | privéauto |
| privéautootjes | verkleinwoord meervoud | privéauto |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van privéauto zijn vastgelegd.