priktol
zelfstandig naamwoordBetekenis
- tol met ijzeren punt die men met een eromheen gewonden touwtje laat draaien en op de grond gooit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| priktollen | meervoud |
| priktolletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| priktolletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van prik zn en tol zn
Woordfamilie van priktol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| priktollen | meervoud | priktol |
| priktolletje | verkleinwoord | priktol |
| priktolletjes | verkleinwoord meervoud | priktol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van priktol zijn vastgelegd.