priemgetal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een natuurlijk getal dat groter is dan 1 en alleen kan worden gedeeld door 1 of door het getal zelf
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| priemgetallen | meervoud |
| priemgetalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| priemgetalletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘getal dat alleen deelbaar is door één en door zichzelf’ voor het eerst aangetroffen in 1872
Woordfamilie van priemgetal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| priemgetallen | meervoud | priemgetal |
| priemgetalletje | verkleinwoord | priemgetal |
| priemgetalletjes | verkleinwoord meervoud | priemgetal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van priemgetal zijn vastgelegd.