preparaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bereiding van chemische stof, geneesmiddel etc.
- deel van plantaardig of dierlijk weefsel gereed voor microscopisch-anatomisch onderzoek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| preparaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| preparaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| preparaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘door kunstbewerking bereide stof’ voor het eerst aangetroffen in 1808
Woordfamilie van preparaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| preparaatje | verkleinwoord | preparaat |
| preparaatjes | verkleinwoord meervoud | preparaat |
| preparaten | meervoud | preparaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van preparaat zijn vastgelegd.