premierschap
zelfstandig naamwoord prəˈmjesxɑpBetekenis
- het zijn van premier
Hoe spreek je premierschap uit?
/prəˈmjesxɑp/
Premierschap bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| ə | de |
| m | maan |
| j | ja |
| e | veel |
| s | sok |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- hoedanigheid van eerste minister, periode dat iemand eerste minister is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| premierschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| premierschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| premierschappen | meervoud |
Herkomst
afgeleid van premier met het achtervoegsel -schap
Woordfamilie van premierschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| premierschapje | verkleinwoord | premierschap |
| premierschapjes | verkleinwoord meervoud | premierschap |
| premierschappen | meervoud | premierschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van premierschap zijn vastgelegd.